Ervaringsverhaal – Doe ik het wel goed (genoeg)?

Nooit voelde ik mij echt veilig als kind. Ik had soms last van uitbarstingen voortkomend uit een gevoel van pure onmacht, niet wetende meer wat ik moest doen. Intens verdriet en boosheid was wat ik voelde. De reden was wellicht, dat ik mijn gevoel niet durfde te volgen, mezelf niet durfde te zijn. Ik was altijd heel gericht op de ander en op zoek om de erkenning te vinden en te voelen, waar ik zo naar verlangde. Ik wilde me zo graag begrepen voelen en geaccepteerd. Niet steeds te hoeven “werken” om aanwezig te durven & kunnen zijn als mezelf. Ik had steeds het gevoel te moeten aftasten, te moeten strijden voor mezelf en mijn plekje. Wat wordt er van mij verwacht, gehoopt…. Doe ik het wel goed (genoeg)?

Als kind voelde ik mij altijd heel verantwoordelijk voor mijn ouders en mijn zus, hun gevoel. Dat zij zich alle drie gewaardeerd voelden en gezien. Ik zorgde voor hun in plaats van zelf kind te kunnen zijn. In die tijd namen dwanggedachtes toe. Later ontdekte ik dat die dwanggedachtes als doel hadden om mijn gevoel onder controle te houden, mijn verlangens en gemis te onderdrukken. Mijn gedachten veroordeelden mijn gevoel. Dat ik deze dingen verlangde en voelde waren toch “fout, ondankbaar en slecht”…?

Toen ik net in de brugklas zat en alles nieuw was en onbekend, overleed mijn oma… Het plekje waar ik altijd naar toe kon, even niets hoefde, geen druk, een plekje voor mezelf waar even niets van mij verwacht werd, waar ik even kind mocht zijn en een soort van ‘vrij’ was. Dit was ook het moment waarop het minderen met eten begon. Het werd in de loop der tijd steeds erger en drastischer. Ik had dan ook steeds minder energie, kon mij niet meer goed concentreren en focussen op school en voelde mij heel bang en onzeker. Ik werd steeds stiller en dus vonden sommige vriendinnen mij ook saai. Ik deed niet meer leuk mee. Een vriendin kon zo kleinerend tegen mij doen, dit maakte dat ik mij nog ellendiger en minderwaardiger voelde. Ik voelde mij zo onbegrepen door de mensen, die ook vriendinnen waren (geweest). Gelukkig bleven er ook een paar vriendinnen heel trouw, die ook kwamen terwijl ik niet meer zo energiek en gezellig was als voorheen. Dit gaf mij het gevoel toch niet helemaal alleen te zijn. Ik hield verbinding met leeftijdsgenoten en vrienden, wat mij met momenten stimuleerde om te willen vechten, mijn angst aan te willen gaan. Het confronteerde mij ook met wat ik niet had en soms wel miste. En al stond ik hier niet altijd voor open, toch kwam het wel binnen bij mij. Het maakte een positief verschil dat zij er voor mij waren.

Ik was altijd al heel streng voor mezelf, mild in beoordeling naar anderen, maar naar mezelf niet. Dit kwam ook steeds meer tot uiting in het eten. Het begon met het weglaten van mijn tussendoortjes, gevolgd door steeds vaker mijn broodtrommel onaangeroerd in mijn tas te laten zitten. Naast het minderen van mijn eten bewoog ik zoveel mogelijk. Ik fietste doelloos rond, rende de trap thuis op en neer en sportte meerdere keren per week in teamverband. Uitgeput was ik op het laatst, mijn lichaam en mijn geest. De diagnose Anorexia Nervosa volgde in combinatie met een Obsessieve-compulsieve stoornis. Naast dat ik bijna niet meer at, ervaarde ik alles om mij heen als vies. Ik waste mijn handen totdat ze rood en kapot gewassen waren. Nooit waren ze eigenlijk schoon genoeg…. Evenals de rest om mij heen inclusief mijn lijf. Ofwel afwijzing van mijzelf alom. Iemand toelaten en vertrouwen was moeilijk, zo snel ervaarde ik het als “vies”. Dit stond natuurlijk eigenlijk voor “kan ik je vertrouwen, ongeacht?”, “Begrijp je mij, mag ik mijzelf zijn en laten zien?”

De onveiligheid, die ik altijd had ervaren had zich uitgebreid tot een complete “gevangenis” in en buiten mijzelf. Ik zat gevangen in mezelf en was slaaf van mijn eigen angst.

Mijn eerste opname was in de jeugdpsychiatrie. Ik was net 17. Hoe vreselijk ik het heb ervaren in het begin om hier naar toe te moeten, zo veel waardevols heb ik er uit kunnen halen. Destijds was de therapie nog gebaseerd op theorie van het “straffen en belonen”. En ondanks dat dit wellicht niet de meest doeltreffende therapie was voor het overwinnen van een eetstoornis, heeft de opname mij toch heel veel gebracht. Ik voelde mij hier gezien en gehoord. Niet dat ze altijd meegingen in wat ik graag wilde, maar ook een ‘nee’ laat soms zien, dat je gehoord wordt en serieus genomen. Ik voelde mij geaccepteerd en dat ik mocht ontdekken wie ik was.

Tijdens mijn gehele opname heb ik bijna geen bezoek mogen ontvangen van familie en vrienden, iets wat je moest “verdienen”. Aangezien ik met regelmaat net niet voldoende aan was gekomen volgens de gewenste norm/eis, was dit het gevolg. Naast dat dit in het begin veel verdriet en onmacht gaf, heeft het tevens er voor gezorgd, dat ik eindelijk mijn eigen ruimte kon gaan ontdekken en vinden. Hier was nu ineens namelijk wel ruimte voor. Ik mocht nu zelf doen, kon zelf de dingen ervaren. Dit alles maakte dat ik echt opbloeide in mijzelf. Mijn zelfvertrouwen en het durven vertrouwen op mezelf vergrootte hierdoor. Toen ik na de opname echter weer thuis kwam te wonen, verviel ik al snel terug in mijn oude denkwijze en patroon. De eetstoornis was nog niet weg uit mijn hoofd. Ik had een klein begin gemaakt in de kliniek, maar nog veel te kort om een echte verandering thuis door te kunnen zetten.

Opname naar opname volgde, van sondevoeding tot dagbehandeling naar interne opname in een eetkliniek. Na ontslag uit de Ursula kliniek ging het uiteindelijk een hele tijd beter. Ik had nog wel steeds mijn grote onzekerheden en het eten ging nog niet vanzelf, maar met mijn eetlijst als hulpmiddel en steun om mij heen lukte het toch. Ik startte met een nieuwe HBO opleiding. Daarnaast had ik nog wekelijkse gesprekken bij het GGZ met een psychotherapeute. Helaas hadden deze niet zo heel veel meerwaarde tot dat ik een gesprek had met de psychiater van de afdeling. Dit was het begin van een doorbraak in mijn proces. Deze psychiater liet ‘mij’ zien en ervaren, dat ik iemand ben die er toe doet. Dat mijn gevoel waarde heeft en ik hier op kan en mag vertrouwen. Het was daarnaast ook heel confronterend, hij bracht mij steeds terug naar mijn gevoel, iets waar ik altijd het liefst van weg wilde. Mijn gevoel had ik nooit echt durven voelen, laat staan dat ik er op durfde te vertrouwen.

Het gevoel, dat ik er mocht zijn, dat ik iemand was en dat deze psychiater ‘mij’ zag, dat was zo’n meerwaarde in mijn proces. Dat is voor mij echt de doorslag geweest in het dichter bij mezelf komen en het eten meer hebben kunnen en durven loslaten. Ik ben er nog niet, maar ik heb nu wel de tools om te bouwen, om daar te komen waar ik graag naar toe wil. Een vrij leven, waarin ik niet dagelijks bepaald en geleid word door angst.

Alles wat ik heb geleerd heeft me gebracht tot waar ik nu ben. Het hier en nu waar ik met mijn eigen ervaringen anderen kan helpen. Ixta Noa is daarvoor een inspirerende plek. Ixta Noa biedt mogelijkheden om mijn ervaringen op meerdere mogelijkheden in te kunnen zetten en op mijn unieke manier.