Puur Shirley | Wildcard, dromen en mijn reflectie in het raam – part 2

En, vond je het spannend?
Soms lijkt mijn verhaal wel een spannende thriller die je graag uit leest tijdens je vakantie.
Maar zo spannend als het op papier is, zo intens en heftig was het in de realiteit ook. Plus meer..

De introductieweek van de dansopleiding was zwaar afzien. Vijf dagen per week, acht uur per dag praktijk na praktijk na praktijk. Van de ene studio ren je het eerste blok nog naar de volgende studio. Maar wanneer het middaguur slaat raakt iedereen vermoeid. Schouders gaan hangen, tassen ploffen op de grond, ogen zijn half gesloten, rode wangen kleuren de gezichten van mijn klasgenoten en terwijl je je vies voelt van de liters zweet die je op zo’n dag verliest, dit is wat wij willen. En we houden vol, dansstijl na dansstijl. Ik leef helemaal op, vanaf de vroege ochtend dat ik om 06.30 uur de trein in stap tot 16.30 uur dat ik school verlaat, alles doe ik met het grootste plezier.

Tijdens mijn opleiding woon ik in een studentenkamer in Ede, klein, maar fijn. Gezellig, er is altijd wat te doen en iedereen is spontaan. En wanneer ik kapot moe in Ede aankom en richting huis strompel, krijg ik energie van mijn huisgenoten die allemaal hun deur open hebben staan en naar elkaar schreeuwen en lachen. Ik ben een gelukkig mens, dacht ik…De introductieweek komt tot zijn einde, regulier lesmateriaal wordt uitgereikt en de zware dans-bootcamp is geen vast patroon meer van het eerste jaar. De spierpijn, het amper kunnen lopen, het strenge dieet dat ik welgeteld 2 weken heb volgehouden, het was het allemaal waard! Maar nu begint het echt.

Dagen worden weken, in de klas ontstaan kliekjes en ik heb hier veel moeite mee merk ik. Ik wil te graag overal bij horen, maar ook weer niet. Het nieuwe is er af, iets wat bij mij altijd een struikelpunt is. Want nu komt het aan op doorzettingsvermogen en zelfdiscipline. Het zijn eigenschappen die in deze artistieke wereld heel erg belangrijk zijn. Het zijn eigenschappen die ik denk te bezitten, maar diep van binnen weet ik dat het ontbreken van die karaktereigenschappen mij gaat opbreken tijdens mijn opleiding.

Mijn spiegelbeeld en ik zijn niet de allerbeste vrienden, sterker nog ik probeer haar zo vaak mogelijk te vermijden. Zelfs wanneer ik mijn make-up doe, ik staar dwars door mijn reflectie heen. Want mezelf recht in mijn ogen aankijken, is pijnlijk. Achter mijn ogen schuilt zoveel pijn, boosheid, verdriet en angst.

Maar in de dansstudio is er geen mogelijkheid om mijzelf te ontwijken. Want over de gehele lengte van de dansstudio, hangen spiegels. Van de grond tot aan het plafond, van de ene muur tot het uiteinde van de andere muur. Verstoppen heeft geen zin. En toch zoek ik een manier, focus je op iets anders, op iemand anders. Let alleen op hoe je je benen uitdraait. Of hoe je je rug strekt bij de choreografie. Welke truc ik ook inzet, het is hopeloos. Elke blik vooruit om te kijken hoe ik mijn bewegingen uitvoer en hoe ik ze nog beter zou kunnen uitvoeren, is een blik waarbij ik word geconfronteerd met mijzelf. En het enige wat ik zie, is een meisje die hier niet tussen past.

Mijn hoofd is te groot, mijn armen en mijn benen zijn te dik. Ik ben te lang, mijn bouw is niet fijn genoeg, ik oog zo lomp. Ik voel me zo groot tussen al mijn klasgenoten die naast mij zo petite en verfijnd lijken. Terwijl ik mijn gedachtes weg schud, zie ik mijn manier van bewegen. Het is soepel en ik kleur de muziek. Ik zie dat mijn angst afneemt zodra ik de passen met de telling van de muziek laat versmelten. En bij die realisatie, komt mijn onzekerheid weer om de hoek kijken. Je past hier niet tussen Shir….Het staat niet, het klopt niet. Je bent veel te lomp om je sierlijk over het podium te bewegen. Mijn angst voedt zich met elk praktijk uur. En zelfs met de complimenten van klasgenoten en docenten, voel ik dat ik ga verliezen van mijn onzekerheid. De vraag is alleen, wanneer? Hoe lang houd ik dit nog vol?

Er gaan weken voorbij en ik word laks in mijn huiswerk, ik spijbel, ik ontwijk vragen en elke vorm van communicatie houd ik sterk af. Want ik wil en kan me er nog niet aan overgeven, overgeven aan de realisatie dat ik mezelf kwijt ben. De realisatie dat wanneer ik mijn spiegelbeeld zie, ik niemand zie. Voor een aantal weken kom ik er heel goed mee weg. Elke mogelijke manier van vermijding pas ik toe. Een smoesje op school dat ik ziek ben, een excuus tegen mijn moeder dat school veel vrije dagen heeft. Het glashard liegen tegen mijn psycholoog, dat het prima gaat met me. En ergens wek ik de hoop dat ik dit tot het einde van het jaar kan volhouden. Hahaha, sukkel…

Wanneer ik word geconfronteerd met mijn gespijbel en mijn manier van uit contact zijn, voel ik me betrapt en tegelijkertijd ook bevrijd. Want ik zit vast en ik zie geen uitweg meer. Mijn psycholoog vraagt mij om één laatste afspraak, nou vooruit dan maar. Kan geen kwaad toch? Als ik me al een paar weken overal doorheen kan bluffen en lullen, dan lukt dit mij ook wel. De psycholoog vraagt of ik mijn moeder bij het gesprek wil betrekken, maar natuurlijk! Twee vliegen in één klap, als ik bij de psycholoog open kaart kan spelen, kan ik dat bij mijn moeder ook gelijk doen. Ik doe gewoon wat er van me word verwacht, daarna zie ik wel weer verder. Of tenminste, dat was hoe ik er toentertijd over dacht.

Terwijl ik samen met mijn moeder in de wachtruimte verblijf, probeer ik de boosheid en de teleurstelling die mijn moeder onbewust uitstraalt weg te stoppen. Want wat ik niet zie, is er niet. De deur van de wachtruimte gaat open en ik haal opgelucht adem als we worden opgehaald door de psycholoog. Op zijn bureau ligt een stapel papier. Ik kan er nog niets uit opmaken, shit! Want wat staat er beschreven in dat dossier? Een verzameling papieren die ik niet herken van mijn voorgaande sessies.  De psycholoog (Bas), neemt plaats achter zijn bureau en kijkt me doordringend aan. Nog voordat ik in mijn hoofd kan verzinnen hoe ik het beste kan reageren op de vragen die hij gaat stellen, zie ik dat hij een hap lucht neemt en vervolgens verteld hij me dit:

‘Het gaat zo niet langer Shirley. Ik kan jou niet helpen, maar je hebt wel hulp nodig. Ik heb daarom twee opties voor je. De eerste is dat wij stoppen met de therapiesessies, want de 1 op 1 begeleiding is niet voldoende. De tweede optie is een vrijwillige opname.’ De grond zakt onder mijn voeten vandaan en mijn moeder schrikt nu ze zich realiseert hoe slecht het met mij gaat. Ik heb haar hier altijd buiten geprobeerd te houden, maar ik vergis me er te vaak in dat het een moeder niet ontgaat. Die onbreekbare band weet je…..

Ik luister naar wat Bas mij over de kliniek kan vertellen die hij heeft gevonden. Ook verteld hij de voors- en tegens van de opties die ik heb. Maar bovenal verteld hij dat ik voor het einde van deze sessie een keus moet maken. Want anders kiest hij en dan zal hij me moeten laten gaan. En compleet losgelaten worden zonder begeleiding of een therapeutisch klankbord, is iets wat ik niet wil. Ik weet dat die optie mij niet goed zal doen. Het valt me mee met hoe erg ik me onder druk voel gezet hierdoor, want stiekem is dit precies wat ik wil.  Haal me uit de realiteit, weg van huis, verwijder me uit alle situaties die ooit zo veilig leken. Haal me weg bij alles waar ik niet los van kom. Los van wie ik ben en hoe mensen mij zien. Misschien, is dit juist wel goed voor me. Heel misschien, wordt het hierna beter? Ik pak de pen en ik stem in met een vrijwillige opname. Mijn persoonlijke krabbel valt met de blauwe inkt op in het contract, afspraken worden geregeld en verdere informatie zal volgen. Dit is het dan.. Er op of er onder, want mijn leven zoals het toen was, hoefde van mij niet meer. Ik zag dit als een kans om hopelijk opnieuw te kunnen beginnen.

Goede keus, word er gezegd. En nadat ik de pen teruggeef, flitst mijn hele dansopleiding aan mij voorbij. Ik kan eindelijk ontsnappen aan mijn reflectie, maar misschien kan ik mijn droom later weer oppakken. Ik heb het gevoel alsof ik alles ga kwijtraken. Zoveel gevoelens gaan er door me heen, ik weet niet waar ik het zoeken moet. Onveilig, nieuw, onzeker, wat kan ik verwachten? Een klinische opname betekende voor mij een enkeltje naar een stempel met een hele gevaarlijke lading. Ik was nu niet meer Shirley met borderline, ik werd Shirley, het meisje met borderline die word opgenomen: ‘Ik ben gek’

Nadat ik officieel ben aangemeld voor de klinische behandeling, volgt een trage, emotioneel slopende en frustrerende tijd. Zes hele maanden van wachten, zonder uitzicht op een startdatum. Wachtlijst, dat is het enige wat ik weet. En terwijl ik mijn klas al op de hoogte heb gebracht van mijn nieuwe levensfase, ben ik nog niet op het punt dat ik kan accepteren wat mij staat te wachten. Ik slijt mijn uren, dagen, weken en maanden in bed. Trek de dekens over me heen, hoe donkerder het is, hoe minder de muren van mijn studentenkamer op mij af lijken te komen. Het lukt mij om mijn slaappatroon zo aan te passen, dat van de 24 uur durende dag, ik er 18 slaap. Elke minuut die ik met gesloten ogen doorbreng, is een minuut korter in de realiteit van mijn leven. Want de waarheid is hard, de waarheid is heftig en ik wil het niet onder ogen komen. Sluit je ogen Shir, ook deze dag gaat weer voorbij.

Mijn leven staat tot juli 2010 compleet stil. En ergens vond ik het niet erg. Want ik raakte gewend aan het isolement, aan mijn gedachtes die mij vertelden dat ik gek was. Ik begon te wennen aan het idee, dat mijn leven zoals ik het kende voorgoed voorbij zou zijn. Laat het hier maar stoppen, want heel eerlijk: Op deze manier, is mijn leven het leven niet waard.

In een witte enveloppe die ik op mijn kamer vind, zit een brief die mijn startdatum van de behandeling bekend maakt. Ik herken het logo van de instelling die het witte papier kleurt. Ik ben blij met het gevoel dat ik vooruit kan gaan, zelfs terwijl ik weet dat de komende periode mijn hele leven op zijn kop zal zetten. Ik loop langs een spiegel in mijn kamer en ik kan het niet laten om mijzelf een blik waardig te gunnen. Ik zie een meisje, 21 jaar, groene ogen, compleet leeg. Ik herken mijn spiegelbeeld niet. Ben ik verdrietig? Waarom huil ik dan niet? Ben ik bang? Waarom zie ik dat niet? Terwijl ik mijn gezicht lijn voor lijn bestudeer, lijkt het alsof mijn spiegelbeeld steeds meer afstand van mij neemt. Ik ben moe, maar ook strijdlustig. Ik ben gebroken maar ergens voel ik me vastberaden. Ik wanhopig en tegelijkertijd klaar om mezelf opnieuw te vinden.

Ik ben er klaar voor om mijzelf te herontdekken, wie ben ik? Wie wil ik zijn? Wie kan ik zijn? Hoe wil ik dat anderen mij zien? En ervaren? Wie wil ik laten zien, als ik de straat op ga? Wat wil ik laten zien? Het is tijd voor een nieuw hoofdstuk, een ontdekkingsreis. Het is tijd om tevreden te zijn, om te accepteren wie ik ben, het is tijd om de reflectie in het raam, dat meisje van 21 jaar recht in haar ogen aan te kijken. Het is tijd dat ik tegen haar zeg als ik haar tegenover mij zie:

‘Hey jij! Ik ken jou, dans met me!’

Be true to who you are!

Reacties